Homepage van Marian en Hans
Start Omhoog

 

 

       

       

Reglement "Hooglaars bijennest"

Artikel 1 Algemeen.

  1. De bijenstand "Hooglaars Bijennest" van de bijenhoudersvereniging St. Ambrosius te Prinsenbeek is gelegen aan de Hooglaarsestraat op de voormalige gemeentelijke stortplaats.
  2. De bijenstand bestaat uit een overdekte hal geschikt voor het plaatsen van bijenkasten of korven en een kleine open ruimte daaromheen voor het aanbrengen van lage drachtplanten.
  3. De ondergrond is middels een notariŽle akte door de gemeente Prinsenbeek in bruikleen gegeven.
  4. De opening werd verricht door burgemeester L. Verwiel op 7 december 1991.

Artikel 2 Doel.

  1. De bijenstand heeft als doel bij te dragen tot het bevorderen van de bijenteelt in het algemeen en voor de vereniging St. Ambrosius Prinsenbeek in het bijzonder door:
bullethet bieden van gelegenheid tot plaatsing van bijenvolken door de leden van de vereniging
bullethet geven van voorlichting aan en eventueel organiseren van excursies voor belangstellenden

Artikel 3 Gebruik en onderhoudskosten.

  1. Het gebruik van de bijenstand is uitsluitend toegestaan aan leden van voornoemde bijenhoudersvereniging, die aan hun financiŽle verplichtingen jegens die vereniging hebben voldaan.
  2. Plaatsing van bijenvolken kan daarnaast eerst geschieden als het daartoe aangewezen bestuurslid van de commissie van toezicht daarvoor toestemming heeft gegeven.
  3. Voor het onderhoud en het in stand houden van de bijenstand dient jaarlijks een vast bedrag per geplaatst volk betaald te worden aan de vereniging.
  4. Dit bedrag wordt jaarlijks in de algemene vergadering vastgesteld op basis van het aantal volken aanwezig in de periode oktober t/m februari.

Artikel 4 Toezicht.

  1. Het toezicht op de bijenstand wordt uitgeoefend  door een commissie van toezicht, bestaande uit een bestuurslid als eerst verantwoordelijke en twee leden.
  2. De twee leden van de commissie van toezicht worden gekozen op de algemene jaarvergadering van de bijenhoudersvereniging voor een periode van 2 jaar.
  3. Elk jaar treedt een lid af, de aftredende leden zijn herkiesbaar.
  4. De commissie van toezicht is verplicht tenminste tweemaal per jaar de bijenstand te controleren. Zij is bevoegd lopende zaken naar eigen goeddunken uit te voeren.
  5. De commissie van toezicht brengt jaarlijks verslag uit aan de algemene jaarvergadering van haar bevindingen en uitgevoerde akties.

Artikel 5 Het aanzicht.

  1. Er mogen zelfstandig geen opstallen van welke aard dan ook worden opgericht.
  2. Reservemateriaal dient op ordelijke wijze te worden opgeslagen. Lege kasten en korven mogen niet met geopend vlieggat aanwezig zijn.
  3. Alle niet gebruikte raten moeten zodanig zijn opgeslagen dat roverij, wasmot en eventuele verbreiding van ziekten voorkomen wordt.
  4. Bij constatering van vernielingen, beschadigingen of diefstal dient direct het eerst verantwoordelijke lid van de commissie van toezicht in kennis te worden gesteld.

Artikel 6 Onderhoud.

  1. Het bestuur van de bijenhoudersvereniging is verantwoordelijk voor de goede staat van onderhoud van de bijenstand waarbij de commissie van toezicht kleine, direct noodzakelijke aangelegenheden kan uitvoeren c.q. laten uitvoeren.
  2. De gebruikers zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het in stand houden van een net uiterlijk, waarbij alle soorten afval zelf van de bijenstand verwijdert moeten worden tenzij hiervoor een aparte voorziening is aangebracht.
  3. Het verbranden van droog afval op of in de omgeving van de bijenstand is verboden.
  4. Nalatigheid of onjuist handelen onder 2 en 3 genoemde kan leiden tot ontzegging van de toegang tot en het gebruik van de bijenstand.

Artikel 7 Bijenvolken.

  1. Alle op de bijenstand aanwezige bijenvolken dienen verzekerd te zijn tegen W.A., brand en diefstal conform de door de Bond van Bijenhouders van de N.C.B. geboden verzekeringsmogelijkheid. (huidige premie is Ä0,55 per volk per jaar).
  2. De gebruikers van de bijenstand zijn verplicht jaarlijks een behandeling ter bestrijding van de Varroamijt te geven met een toegelaten middel.
  3. De bijenstand mag niet gebruikt worden als uitwijkplaats voor volken met een besmettelijke ziekte.
  4. Van bijenvolken welke verdacht worden van een besmettelijke ziekte, dient onverwijld melding gedaan te worden aan de eerst verantwoordelijke van de commissie van toezicht, die op zijn beurt de noodzakelijke en wettelijk voorgeschreven akties onderneemt.

Artikel 8 Overige bepalingen.

  1. In geschillen tussen de gebruikers van de bijenstand en de commissie van toezicht beslist het bestuur van de bijenhoudersvereniging St. Ambrosius te Prinsenbeek, welke beslissing bindend is. Tegen deze beslissing is wel beroep mogelijk op de eerstvolgende algemene jaarvergadering.
  2. Bij onvolkomenheden in dit reglement beslist eveneens het bestuur van de genoemde bijenhoudersvereniging, waarna in de eerstvolgende algemene jaarvergadering een wijzigingsvoorstel wordt voorgelegd.
  3. De gebruikers van de bijenstand worden geacht dit reglement te kennen en zijn gehouden de verplichtingen hieruit voortvloeiend, na te komen.

Aldus goedgekeurd bij besluit van de algemene vergadering gehouden te Prinsenbeek op 21 januari 2002.

 

Voorzitter                                                                      Secretaris

J. Luijkx                                                                        A. Rietveld

           

           

 

Vorige pagina

Start

    Bijenhoudersvereniging de Haghe    Prinsenbeek / Princenhage